Liam oker zonder mutsje FB

GEHOORTEST EN HIELPRIK

Wanneer er bij het gemeentehuis aangifte van geboorte is gedaan, gaat er via de gemeente een seintje naar het consultatiebureau (JGZ) in jullie buurt. De screener, onderdeel van het consultatiebureau, zal tussen de 4e en 7e dag na de geboorte bij jullie thuis langs komen voor de hielprik en gehoortest. Wanneer je kindje in het ziekenhuis ligt, zal de hielprik daar verricht worden. De gehoortest zal dan later plaatsvinden.

Bij de gehoortest worden beide oren gecontroleerd, om te testen of jullie kindje goed kan horen. De gehoortest controleert hiermee indirect of het gehoor voldoende is voor een normale taal- en spraakontwikkeling op latere leeftijd. Zonder goed gehoor leert een kindje namelijk niet goed luisteren en praten. Hoe eerder een slecht gehoor wordt ontdekt, hoe eerder de baby kan worden behandeld. De gehoortest is pijnloos, duurt vaak maar enkele minuten en de uitslag krijg je direct. Water of oorsmeer in het oortje, of teveel omgevingsgeluiden kan de gehoorscreening doen mislukken. Er wordt dan een afspraak gemaakt voor een tweede test. Kijk voor meer informatie over de gehoortest op de website van het RIVM.
Iedere pasgeborene in Nederland krijgt een hielprik aangeboden. Bij de hielprik worden, via een klein prikje in de hiel, enkele druppels bloed afgenomen. In een laboratorium wordt het bloed onderzocht op een aantal zeldzame, maar ernstige aandoeningen. Deze aandoeningen zijn niet te genezen. Maar vroegtijdige opsporing kunnen de gevolgen van deze aandoeningen wel voorkomen of beperken. Met behulp van bijvoorbeeld een dieet of medicijnen kan je kindje dan behandeld worden. Het kan daarom belangrijk voor de gezondheid van je kindje zijn, dat je deelneemt aan de hielprik.

Dragerschap
Sinds begin 2011 wordt er ook gekeken naar dragerschap van 2 verschillende ziektes. Dragers hebben de ziekte zelf niet en kunnen de ziekte ook nooit krijgen. Uit de screening kan dan blijken dat je kind drager is van sikkelcel- of taaislijmziekte (cystic fibrosis). Dit betekent dat één of beide ouders óók drager is van sikkelcel- of taaislijmziekte. Dat kan gevolgen hebben voor een eventuele volgende zwangerschap. Het feit dat je kind drager is van sikkelcel- of taaislijmziekte kan ook van belang zijn voor andere familieleden, omdat ook zij drager kunnen zijn. De hielprik vindt alle dragers van sikkelcel. Bij taaislijmziekte wordt slechts een klein deel van de dragers gevonden. Heb je bezwaar tegen het ontvangen van informatie over dragerschap bij je kind? Geef dit dan aan bij degene die de hielprik uitvoert. De screener vraagt je dan je paraaf te zetten op de hielprikkaart.

Uitslag
Geen bericht is goed bericht. Je wordt alleen gebeld wanneer er na onderzoek aanwijzingen op afwijkingen zijn. Hoewel de testmethoden van de hielprik goed zijn, is de uitslag niet 100% betrouwbaar. Bij afwijkende bevindingen wordt je kindje standaard opnieuw geprikt. Over de uitslag van een tweede hielprik krijg je altijd bericht, dus ook als deze goed is. Kijk voor meer informatie over de hielprik op de website van het RIVM.